zaterdag 15 juni 2013

Palle

Palle, het kind dat zichzelf leerde lezen


en daarbij trouw blijft aan zijn eigen interesses.


vrijdag 14 juni 2013

Gegroeid

Een jaar geleden kleefde er nog dag en nacht een pamper aan Marijs, 
vandaag zijn die volledig verdwenen uit Nummer 81.

Een jaar geleden moesten we nog rekening houden met haar middagdutjes, 
vandaag volstaat het als we haar elke dag tegen 18h15 in bed steken.

Een jaar geleden stond Marijs in het publiek tijdens het schoolfeest,
ondertussen staat ze op het podium,
waar ze het nog even goed kan afgeven als altijd...


Een jaar geleden zetten we haar nog een muts op bij mooi weer uit angst dat ze wéér ging ziek worden,
vandaag is ze - we klampen ons vast aan elk takje hout - zo gezond als een visje.

Vandaag is ze nog steeds zoals ze al altijd is geweest: 
kwiek, vrolijk, opgewekt, tevreden, welgezind, gemakkelijk, lief,
ons zonnetje in huis.


Wat is ze veel veranderd op een jaar tijd.
Wat is er veel veranderd op een jaar tijd.


zaterdag 8 juni 2013

* Karel aan het woord *

Vorige zomer ging ik op een zaterdagochtend samen met mijn vader naar steenkapper Orbie om er enkele Franse witte kalkstenen op te halen. Mijn vader was daar goed thuis: hij bestelde er geregeld op maat gemaakte dorpels en vensterbanken in natuursteen. De zoon des huizes demonstreerde er ons vlijtig zijn beitel- en kapkunsten. In de container vond ik enkele platte stenen, onder andere die waarin ik later de naam van mijn eerste petekindje Judith kapte. Ik kreeg ook een balkvormige steen, perfect voor een beeld. Mijn vader was heel benieuwd wat het ging worden.

De maanden gingen voorbij en het kappen verdween op de achtergrond. Ik kapte Judiths naam en begon aan de balkvormige steen. Maar door tijdsgebrek en andere bezigheden raakte die wat vergeten en bleef hij onaangeroerd. Er was altijd wel wat anders te doen.

In januari 2013 viel er een bom in onze familie: mijn vader had een kwaadaardige hersentumor. Na een oneerlijke en onoverwinbare strijd overleed hij op 2 april laatstleden.

Door dit drama werd ik tot de steen aangetrokken en kon ik niet anders dan eraan werken. Uit die steen, die ik samen met hem had gehaald, moest kost wat kost een mooi beeld groeien.
Een beeld worden waarin ik mezelf kon leggen en waarover ik helemaal tevreden was. 
Een beeld dat ook hij mooi zou vinden. 

Door het kappen kwam ik tot rust en kon ik nadenken. Ik kwam even terug bij mijn vader. Hij was zelf ook altijd bezig met creëren en uitvinden. De steen kreeg langzaam vorm en werd beetje bij beetje één met mezelf. Gaandeweg besliste ik om geen negatief, maar een positief werk te maken. Het was bedoeld voor het graf van mijn vader en mocht geen triest beeld zijn.

Mijn buurman was de eerste aan wie ik het resultaat toonde. Hij vroeg me of het beeld mijn vader voorstelde. Enigszins verward – want ik had daar nog niet bij stil gestaan – antwoordde ik dat ik niemand in het bijzonder in gedachten had. Maar zijn vraag bleef nazinderen. Beetje bij beetje kwam het besef dat het misschien wel mijn vader kon zijn. Ik maakte een kijkende, nadenkende, genietende persoon.Typisch mijn eigen vader die, net op zijn pensioen, geniet van het leven, aan zijn zelfgemaakte vijver met een frisse Leffe bij de hand en een potje chips.

Het deed deugd om het beeld te maken. Ik had het gevoel dat ik iets deed voor mijn vader, iets dat hij zou bewonderen, waar hij trots op zou zijn. 

Enkele dagen nadat het beeld af was, ontdekte ik een slechte plek in de steen. Een plek waar de steen iets minder hard is, net in het hoofd. Is dit toeval of niet, ik weet het niet, maar dit bevestigde voor mij dat ik onbewust een beeltenis van mijn vader had gemaakt.


Papa, ’t is vo jon wi.

zondag 2 juni 2013

* Zicht *

Er gaat geen uur voorbij zonder dat ik aan hem denk. Urenlang heb ik al aan hem gedacht. 

Als ik me goed voel, en als ik me slecht voel.
Soms voel ik me daarna beter, soms slechter.
Als ik een man zie die op hem lijkt.
Als ik naar Karel kijk.
Als we samen zijn.
Als ik denk aan wat geweest is, en wat nog zal komen.
Als ik een ouder koppel zie.
Als ik Pierre de vogels zie eten geven.
Als ik op mijn werk ben, en als ik thuis ben.
Als ik aan het kerkhof passeer.
Als ik blader in fotoalbums.

Maar meestal: gewoon, zomaar, zonder aanleiding.
Hij duikt non stop op in mijn gedachten.

En zeker 's morgens, vooral 's morgens.

Als ik dan fiets in onze straat - de straat die hij zelf duizenden en duizenden keren gepasseerd is. 
De straat waarin we soms samen fietsten, 's avonds, en ik vroeg of hij binnenkwam om iets te drinken, en dan zei hij "Allé, eentje dan", en we wisten allebei dat het er twee gingen worden.
De straat waarin hij met de vrachtwagen passeerde, en ik die zwaaide van achter de strijkplank.
De straat waarin we het licht van zijn velo zagen schijnen, toen we nog met ons klein Marijsje op ongoddelijk vroege uren beneden in de living zaten, en hij dan zei "'t Was weer vroeg zeker, vanochtend?"

De straat die ik nu altijd alleen doe.

Ik zie nu wat hij niet meer ziet.

Het huis in ytongstenen, waar ze 's morgens televisie mogen kijken.
De brokken slijk op de baan, waarvoor je zeker in het donker goed moet opletten.
De zonnepanelen die er de laatste jaren meer en meer bijkwamen in de wijk.
Het vals plat bij de boerderij op de terugweg.
De dijk waarin mensen zoveel rommel gooien, de rattenvallen in de beek. 
De auto's die me veel te snel inhalen.

En dan denk ik soms:

"Ik zie nu voor twee, 
ik kijk, en hij kijkt door mij een beetje mee." 

zondag 26 mei 2013

Ida 8 jaar!

8 jaar geleden had ik die schaal wafels nooit zo dicht tegen me kunnen houden hebben, wegens een hoogzwangere buik in de weg. Diegenen die de wafels opgegeten hebben, waren toen nog redelijk kersvers of in de maak. Er stonden nog geen curver boxen in onze keuken. De keuken stond er trouwens ook nog niet. 't Zou wel kunnen dat dat giletje toen al in mijn kast hing.


Ida wordt 8 (morgen) en dat is een reden om te vieren! 6 klasgenootjes belden om klokslag 14h aan, en goh ja, waarom Palles beste vriendin ook niet, en tja, laat Brian ook maar achter hoor, nog zo leuk voor Marijs en hoe meer zielen, hoe meer vreugd.
(En met dat mooie weer, steken we ze toch allemaal buiten, dus ja...)


Vandaag werd met de familie gevierd.
Zonder aardbeientaart kon het feest onmogelijk slagen voor Ida, dus bij deze:


8 jaar: dan steek je de kaarsje zelf aan want je bent al groot!
(Er moeten natuurlijk nog altijd kaarsjes zijn want eigenlijk...)



8 jaar en dan krijg je een jumpsuit cadeau, en fjiew, zo warm dat het plots is, best omkleden zeker?


En als het gezin van de middagdutter arriveert, herhalen we alles: 
van taart tot kaarsjes en van vuurwerk tot cadeautjes.



Maar het schoonste cadeautje was voor mij: 
een baby'tje dat eens een paar andere armen wou uitproberen om in te snoezen,
pampers neem ik er met veel plezier bij.


Genietend, zowel de slapende als de wakkere...


Nagenietend, de jarige...

Gefeliciteerd Ida, 
mijn ochtendhumeurig, aanhankelijk, sportief, modebewust, kritisch, sociaal, groot, klein meisje!


woensdag 22 mei 2013

Vergelijken

Karel en ik: wij lijken soms op elkaar. Toen we allebei nog lang, steil haar hadden, aanzagen ze ons soms als broer en zus maar op die manier bedoel ik het niet. 't Gaat om andere dingen: we vinden het allebei te gek voor woorden om met de auto naar de bakkerij te gaan, we love Willem Vermandere en Het Zesde Metaal, om de zoveel tijd ondernemen we een poging om gezonder te eten, we komen goed overeen om ons huis in te richten, we zijn El Naturalista-liefhebbers en natuurlijk overtuigde vegetariërs. 

Maar we zijn ook erg verschillend. De ene steekt vervangt altijd de wc-rol (ik), de andere soms (hij).
Ene met een ochtendhumeur (ook ik), de andere niet.
De ene babbelt veel en graag (drie keer raden wie), de andere zegt geen woord teveel.

Maar het allergrootste verschil is hoe we onze tijd invullen. Zonder overdrijven: Karel is altijd bezig. Altijd. Is hij niet urenlang en eindeloos in de weer met zijn schoolwerk, dan staat hij om 7h op zondagochtend de auto te wassen. Of hij creëert iets moois.


Hij gaat zwemmen met de kinderen of neemt ze mee naar zee, hij stofzuigt de keuken, boort kapstokken in de muur, graaft een zandbak, schildert het plafond, speelt didgeridoo... Is ALTIJD bezig, kortom. 

Ik word al moe als ik er nog maar aan denk. Ik ben helemaal niet zo, en ik moet mezelf dagelijks ervan overtuigen dat ik niet lui ben. Want lui voel ik me namelijk geregeld, gewoon door nog maar naar Karel te kijken. Ik kan dat nu eenmaal niet: doorgaan tot ik erbij neerval. Ik heb tijd voor mezelf nodig, tijd om te prutsen, te surfen op het net, in de zetel te zitten en boekjes te lezen, een puzzel te maken of gewoon wat omstandig niets te doen. Schijnbaar en wellicht ook daadwerkelijk nutteloze momenten, die mij echter wel overeind houden. Maar als ik dan kijk naar Karel, die altijd maar verder doet, voel ik me schuldig. Tegelijk weet ik dat dat nergens voor nodig is. Hij heeft me dat nog nooit verweten, het zou zelfs niet in hem opkomen, daar ben ik zeker van. Ook Ilse en Mieke zeggen me dat ik totaal gek ben als ik zo denk, maar zoals zoveel mensen ben ik niet echt mijn eigen beste vriend, denk ik, eerder mijn eigen strengste criticus. 

Daarnaast is er ook een verschil in taken. Karel doet vaak dingen met zichtbaar resultaat. Kijk daar: een trampolineEen beeldEen wit plafondHoutvoorraad!  Ik doe de vrouwelijke, onzichtbare klussen: alles wat met eten te maken heeft. Nieuwe klevers van de ziekenbond aanvragen. De frituurolie vervangen. De winterdonsdekens vervangen door de zomervarianten. Weinig spectaculair, saai en totaal oneervol, maar wel noodzakelijk. En ik leg natuurlijk de nadruk op het eerste deel van die zin, je ziet dat van hier.

 Sedert vrijdag werk ik voor 5 maanden weer 4/5, en het is heel dubbel. Enerzijds is het fantastisch: die ene dag extra thuis maakt een wereld van verschil, zowel voor mij persoonlijk als voor Nummer 81 op zijn geheel. Anderzijds heb ik donderdag laatst mijn bureau in complete chaos vol onafgewerkte zaken achtergelaten, en dat voelt echt niet goed. Ideaal is het dus zeker niet, maar ach... Ik praatte met een mama tijdens Palles zwemles (brevet in zicht! hoera!) die de laatste maanden ook erg beproefd wordt, en we kwamen tot dezelfde conclusies: "We zijn kwaad op onze kinderen, in plaats van te genieten van hen. We tsjolen van hot naar her, en vergeten wat van wezenlijk belang is. We worden geleefd, we leven niet, tot er iets gebeurt... En dan staat alles stil."

En toch... toch zou ik het ook niet anders willen. Als ik niet zou werken, zou ik me zeker niet beter voelen, integendeel. Ik werk graag en, eerlijk is eerlijk, ik verdien graag geld. Bovendien mag ik eigenlijk niet klagen: van gemiddeld 37,5 uur per week tijdens kantooruren - nu 30 dus - is er nog geen enkele mens omgekomen. Soms vind ik het een beetje beschamend zelfs, als ik mezelf hoor klagen. Ik denk aan Karel die altijd bezig is  - slik. Ik denk aan mijn natuurarts, die dagelijks werkt van 7h30 tot 20h30 - slik. Ik denk aan de alleenstaande moeder die elke dag uit poetsen gaat en dan nog amper rondkomt - slik. Ik denk aan iedereen die in ploeg werkt - slik. Ik slik ook als ik haar verhaal lees, en besef dat ik echt geen recht heb van klagen, dat het dan toch nog redelijk meevalt bij ons. (Ik slik nog meer als ik sommige reacties lees)

Ach, misschien moet ik gewoon ophouden met vergelijken - met Karel, met vriendinnen die zoveel meer energie en plannen lijken te hebben, met om het even wie. Laat ik op mijn vrijdagen maar gewoon weinig spectaculair door het huis struinen, om op te ruimen zonder 3 kinderen die om ter dringendst iets moeten vertellen, wat te mijmeren tijdens de strijk, boodschappen te doen zonder op de klok te kijken, de klusjes te klaren die geen mens ziet - en zo die rust te combineren die ik zelf nodig heb met wat ik nu eenmaal moet doen. En dat alles zonder commentaar te hebben op mezelf.